• Adieu, Rob (door Hans van de Bovenkamp)

    Rob Schonk 1958-2017

    Hoe goed ken je iemand eigenlijk? Die vraag stel ik mezelf steeds vaker de laatste tijd. Hoe goed kende ik jou, Rob? Als ik afga op hoe jij de afgelopen dagen door mijn hoofd waart, kende ik je helemaal niet. Want ik had me tot voor een aantal dagen geleden nooit voor kunnen stellen dat je iemand was of was geworden, voor wie het leven zo zwaar is dat de dag van morgen er een te veel is.

    Hinter meinen Augen stehen Wasser,
    Die muss Ich alle weinen

    Wat een hartverscheurend mooie versregel op jouw rouwkaart. Rivieren van tranen. Zee├źn van tranen. Now I\\\'m darker than the deepest sea, zong Nick Drake. Oceaandiep verdriet. Te veel. Te groot om door een ander mens gered te kunnen worden. En alleen kon je het niet meer. Mijn tranen komen wanneer ik aan je denk en je voor me zie op het veld. Liefdevol pupillen trainend met ons trainersteam. Donderdagavond tussen ons, veteranen van Bunnik \\\'73. Coachend. Dollend. Provocerend, ook dat. Een zuiger. Het karakteristieke stemgeluid met de zachte brom in de lage registers. De licht gekromde gestalte, waarop een loden last rustte die ik nooit heb gezien. Voor elk antwoord op een gestelde vraag de bedachtzame blik, waarachter ik nooit dit alles had kunnen vermoeden. Een klerelijer en innemend tegelijk.

    Het veteranenvoetbal heeft een hoog meer-voor-mannen gehalte. Je dolt en je wordt gedold. Dat was ook jouw natuurlijke habitat. Of vergis ik me daarin, Rob? Je leek een vis in het water. Toen ik een paar jaar geleden op een donderdagavond een beetje bedeesd en onzeker (zou ik het nog kunnen?) de kantine inliep om te vragen of ik een keertje mee mocht doen, ontfermden eerst Henri en daarna jij je over me. Tijdens het omkleden was ik al aan de beurt. Het was hartje winter. Hee, we gaan niet met een lange trainingsbroek trainen hoor. Je bent toch geen meisje? Jij greep meteen in: Hee jongens, laat de nieuwe met rust. In de jaren erna zou ik erachter komen dat jij er ook wat van kon. Je was een van de gangmakers in de kleedkamer.

    Je stelde me op mijn gemak, maakte een praatje met me. Gaf met het gevoel dat ik zeer welkom was. Na een voor mij inktzwarte periode voelde ik me voor het eerst weer een beetje gelukkig. Op het veld met gelijkgestemde voetbaljongens. Ik was weer voetballer! Gevraagd naar het gevoel na een doelpunt antwoordde Marco van Basten ooit: dat is oceaanvreugde. Ik scoorde die avond mijn eerste doelpunt in vijftien jaar. Als ik het me goed herinner was het na een dieptepass van jou. Zo wil ik het me in ieder geval herinneren. Ja, het was een dieptepass van jou. En ik voelde oceaanvreugde. Toen ik naar huis fietste was het jouw gezicht dat me het beste was bijgebleven. Die Rob, da\\\'s een aardige vent. Volgende week ga ik weer! Je had mijn leven aangeraakt. Door vriendelijkheid van mensen als jij ging ik me weer aan het leven hechten. Wat had ik je dat nog graag meegegeven voordat je ons voor altijd verliet.

    We gaan als veteranen soms best robuust met elkaar om. Maar we gaan nooit te ver. Het is voetbalhumor maar de avonden samen voltrekken zich vooral in een sfeer van vriendschappelijkheid. Er is warmte en oprechte interesse in elkaar. Veroorloof me daarom de volgende gedachte, lieve Rob. Deze gedachte stuitert minstens tien keer per dag door mijn hoofd. De volgende regel uit het liedje van Nick Drake luidt: Just hand me down, give me a place to be. Wat zou er gebeurd zijn als jij ineens midden in de kleedkamer tussen al het dollen over en weer had gezegd: jongens, ik kan niet meer. Het zou heel stil zijn geworden. Maar daarna zouden tien paar handen of meer zich naar jou hebben uitgestrekt. Dat weet ik zeker. Tegelijk weet ik dat dit niet genoeg zou zijn geweest. Jij was op en geen ander mens kon daar nog verandering in brengen.

    Maar je was geen engel. Je was ook een etterbak in het veld. Babbelen, duwtjes, even op een teen gaan staan als ik wilde gaan koppen. Intimideren. Type Italiaanse verdediger. Daar hebben we er meer van. En daar was de vliegende tackle. Soms met twee benen tegelijk. Al dan niet uit frustratie geboren. Als we met tijdstraffen zouden werken, wat ik eens met veel misbaar voorstelde nadat je me als een rugbyer vanachter naar de grond had getrokken, had je de helft van het seizoen niet gespeeld. Nadat we je de huid vol gescholden hadden, werd het je weer snel vergeven. Er stond te veel goeds tegenover. 

    Henri zei op jouw wake in de kantine: ik zou er een lief ding voor over hebben als jij er vanavond was om er een over de reclameborden te jagen, leuke vent. De club is even in verwarring. Alle spelertjes hebben het over jou. De veteranen zijn vooral stil en staan elkaar ongemakkelijk aan te kijken. Wat moet je zeggen over het onzegbare? We zijn in rouw. Ik ben er kapot van. Hinter meinen Augen stehen Wasser. Achter mijn ogen branden tranen en ik huil ze om jou. Wij gaan je missen leuke, vriendelijke, melancholieke, irritante, lieve Rob.

    Ik weet niet of er een god is aan die andere kant. Als die er is, hoop ik dat hij of zij alle tranen van je ogen wist en dat je daar de vrede hebt gevonden waar je zo naar op zoek was. Ik zal je missen, man. Rust zacht, voetbalvriend. Adieu, Rob.

    Hans van de Bovenkamp

rfwbs-slide